Amsterdam X Molukken
Een koloniale verbinding

Collectie Rijksmuseum Amsterdam
Anoniem
Gezicht op Ambon, ca. 1617
Collectie Rijksmuseum Amsterdam
Rondom Ambon zijn de eilanden Haruku, Saparua en Nusalaut te zien. Verschillende dorpen zijn ingetekend, zoals Ema, Waai (Ambon), Aboru (Haruku), Ullath, Haria en Ihamahu (Saparua).
Amsterdam en de Molukken: een geschiedenis van meer dan 400 jaar
De historische band tussen Amsterdam en de Molukken gaat meer dan vier eeuwen terug. In maart 1599 verschenen voor het eerst Hollandse schepen in de Molukse wateren. Hun komst markeerde het begin van een langdurige en ingrijpende relatie tussen Amsterdam en de Molukken.
Op zoek naar de specerijen
Aan het einde van de 16de eeuw waren kruidnagel, nootmuskaat en foelie de meest gewilde producten van Europa. Hollandse kooplieden wilden deze kostbare specerijen rechtstreeks inkopen, zonder tussenkomst van de Portugezen, die de handel beheersten. In 1598 vertrok een vloot vanuit de Nederlanden. Twee Amsterdammers voerden de vloot aan: admiraal Jacob van Neck en viceadmiraal Wybrand van Warwijck. Na een lange en gevaarlijke reis bereikten de schepen Zeeland en Gelderland in maart 1599 Ambon.
De eerste ontmoeting op Ambon
De Hollanders werden op Ambon vriendelijk ontvangen. Lokale leiders zagen in de Hollanders een mogelijke bondgenoot tegen de Portugezen, die al langer in de regio aanwezig waren. De handelsrelatie was aanvankelijk gebaseerd op wederzijds voordeel. De eerste succesvolle contacten maakten duidelijk hoe belangrijk de Molukken waren voor de Nederlandse handel.
De oprichting van de VOC
Om de onderlinge concurrentie tussen Hollandse kooplieden te beëindigen, werd in 1602 de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht. De Staten-Generaal gaf de VOC het alleenrecht op de handel met Azië. De organisatie bestond uit zes Kamers, waarvan de Kamer Amsterdam veruit de grootste en machtigste was. Een groot deel van de winst uit de specerijenhandel kwam terecht in Amsterdam. Die rijkdom is nog altijd zichtbaar in de Amsterdamse grachtengordel.
Van handelspartner naar koloniale machthebber
De relatie veranderde echter snel. De VOC wilde een monopolie op de handel in specerijen en gebruikte militaire macht om dat af te dwingen. Lokale heersers werden gedwongen contracten te ondertekenen en handel met andere Europese landen werd verboden. Om het monopolie te beschermen bouwde of veroverde de VOC 98 forten in de Molukken. Een bekend voorbeeld is Fort Amsterdam in Hila op Ambon, dat vanaf 1637 uitgroeide tot een belangrijk steunpunt van de Hollandse macht.
Banda 1621 en de rijkdom van Amsterdam
Het gewelddadige dieptepunt van deze politiek vond plaats in 1621 op de Banda-eilanden. Onder leiding van Gouverneur-Generaal Jan Pieterszoon Coen werd een groot deel van de Bandanese bevolking gedood, verdreven of gedeporteerd om de controle over de nootmuskaathandel veilig te stellen. De specerijenhandel leverde Amsterdam enorme rijkdom. Handelshuizen, pakhuizen en koopmansfamilies profiteerden van producten die afkomstig waren uit de Molukken.
Onderdrukking en trouw
De geschiedenis van Amsterdam en die van de Molukken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is een geschiedenis van handel, koloniale overheersing, onderdrukking, slavernij en uitbuiting, maar ook van verzet en weerstand. Tegelijkertijd is het een geschiedenis van trouw en loyaliteit. Vanaf de 19de eeuw dienden veel Molukkers in de marine en het koloniale leger en vochten zij voor het Koninkrijk der Nederlanden.