Ode aan Cornelia WormsMinnenmoeder

Het Aalmoezeniersweeshuis, bron Stadsarchief Amsterdam
Lieve Cornelia,
Ik schrijf je deze brief om je te vertellen hoe zeer ik je bewonder. Je bent een van de vrouwen die rond 1800 de zorg op zich namen van 20.000 vondelingen en van talrijke wezen en verlaten kinderen. Ze werden opgenomen in het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht. Min werden jullie genoemd. Jullie zorgden voor de allerjongste kinderen. Jij en Angenietje Swarthof kwamen bij mij bovendrijven toen ik een voorstel deed om een brug op de Leidsegracht naar een min van het Aalmoezeniersweeshuis te vernoemen. Dat is Angenietje Swarthofbrug geworden.
Je verdient het om uit de vergetelheid gehaald te worden. Jouw leven en dat van je gezin heeft in het teken gestaan van de verzorging van de allerarmsten van de Amsterdamse bevolking. Je werd zelf met twee zusjes als weeskinderen opgenomen in het Aalmoezeniersweeshuis. Je was 13 jaar.
In het weeshuis ontmoette je Pieter Vermeij, ook een weeskind. Met hem trouwde je in 1782. Pieter was scheepstimmerman. Daarom gingen jullie op Oostenburg wonen, dicht bij de scheepswerf van de Oost-Indische Compagnie. Deze ging echter failliet, zodat Pieter zonder werk kwam. En hij was niet de enige. Hij kwam niet meer aan het werk. Je besloot daarom om de kost te gaan verdienen als min voor het Aalmoezeniersweeshuis. Dat was werk dat je kon combineren met de verzorging van je eigen kinderen. Toen je je eerste aalmoezenierskindje opnam, was je zoontje 2 jaar en je dochtertje was net geboren. In de 10 jaar daarna had je regelmatig kinderen, die je opvallend vaak aan het weeshuis kon overdragen als hun tijd bij de min erop zat. Dat was niet zo vanzelfsprekend. Heel veel kinderen overleden bij de minnen. Toen je kinderen de tienerleeftijd hadden bereikt, kreeg je vaker kinderen waar de regentessen geen raad mee wisten omdat ze altijd een tekort aan minnen hadden. Je kreeg toen veel kinderen tijdelijk tot ze elders definitief geplaatst konden worden.
Ook kreeg je vaker kinderen die er slecht aan toe waren. Moeders wachtten meestal met het te vondeling zetten of leggen van hun kind tot ze echt niet anders meer konden, omdat hun kind anders zou overlijden. Helaas was hun conditie tegen die tijd zo slecht dat ook een goede min niets meer voor hen kon doen, anders dan stervensbegeleiding. 44 kinderen heb je zo in je armen gehad.
Tot 1806 kreeg je voor elk kind dat je verzorgde een minnenloon. Je had tot die tijd 50 kinderen verzorgd voor kortere of langere tijd. Je kon met de aanvulling op het gezinsinkomen je gezin draaiende houden. In 1806 veranderde er iets in je positie. Je werd Gasthuismin en kwam in vaste dienst bij het Aalmoezeniersweeshuis. Dat betekende dat je er taken bij kreeg. Je moest verhuizen naar een huis dicht bij het weeshuis. Je kreeg de kinderen in huis, die tijdelijke opvang behoefden, bijvoorbeeld omdat hun moeder in het ziekenhuis lag. Daarnaast kreeg je een rol bij het verzorgen van de vondelingen die in het weeshuis gebracht werden. Je deed de eerste verzorging en je hielp mee te achterhalen wie de moeder was. Kinderen die verlaten waren door hun ouders, kwamen bij je in huis. Je moest helpen bij het onderzoek naar de verblijfplaats van de weggelopen ouders.
“Je moet een erg sterke vrouw zijn geweest.”
Je woonde op de Looiersgracht. Pieter had helemaal geen werk meer, maar hij hielp je ongetwijfeld om je drukke huishouden met de vele komende en gaande kinderen draaiende te houden.
Je kinderen waren inmiddels volwassen. Je zoon was getrouwd. Wat ik heel bijzonder vind, is dat je ondanks de voortdurende wisseling in de samenstelling van de kinderschaar in je huis, je eigen kinderen heb voorgeleefd de zorg op je zich te nemen voor degenen die dat nodig hebben. Al die vondelingen en verlaten kinderen in je huishouden heb je gelijkwaardig aan je eigen kinderen behandeld. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat twee van je dochters met een vondeling trouwden. Twee dochters en je schoondochter werden min voor het Aalmoezeniersweeshuis.
Toen het Aalmoezeniersweeshuis opgeheven werd, bleef je min voor het Instituut voor Stadsbestedelingen, de opvolger van het Aalmoezeniersweeshuis. Net als je dochters en schoondochter. Bij het tweede huwelijk van je zoon was je weduwe. Heel bijzonder: in zijn huwelijksakte werd je beroep vermeld: ‘minnenmoeder’. Je was toen al 74 jaar!
Een jaar daarna overleed je na een leven in dienst van de zwaksten in de samenleving: vondelingen, weeskinderen en verlaten kinderen. Je moet een erg sterke vrouw zijn geweest, een vrouw die niet bij de pakken ging neerzitten, maar deed wat haar te doen stond: zorgen voor je gezin. En die zorg kon je geven door je ongelooflijke inzet voor al die kinderen van wie de belangrijkste beschermende factor was weggevallen: hun ouders. Het moet niet altijd even makkelijk zijn geweest met al die getraumatiseerde kinderen. Maar je hebt gedaan wat je vond dat je moest doen. Helaas kon ik maar één min voorstellen als representant voor alle vrouwen die zich hebben ingezet voor de kinderen van het Aalmoezeniersweeshuis om haar naam aan de brug op de Prinsengracht bij het voormalige Aalmoezeniersweeshuis. Het had ook de Cornelia Wormsbrug kunnen zijn!
Ik heb grote bewondering voor je.
Nanda Geuzebroek
Periode
1757– 1832
Over
Ode van Nanda Geuzebroek aan Cornelia Worms.
Cornelia Worms was min en gasthuismin voor het Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam in een tijd dat er onnoemelijk veel kinderen te vondeling werden gelegd en gezet. Cornelia had daar vanaf haar 13e jaar zelf als wees gezeten. Ze trouwde met een andere wees. Toen haar man werkeloos werd, begon zij aalmoezenierskinderen in huis te nemen. Nadat ze 50 kinderen verzorgd had in 12
jaar tijd, kwam ze in vaste dienst bij het Aalmoezeniersweeshuis als Gasthuismin. Cornelia is van grote betekenis geweest voor de allerarmsten en allerkwetsbaarsten in de Amsterdamse samenleving van rond 1800 en later. Ze heeft haar kinderen het goede voorbeeld gegeven. Haar dochters en schoondochter werden eveneens min. Twee dochters trouwden met een vondeling. Met sommige vondelingen hield ze een levenslang band. Bij haar overlijden werd vermeld dat ze Stadsbestedelinghoudster was, wat betekent dat ze tot haar overlijden zich is blijven inspannen voor kinderen die alleen op de wereld waren komen te staan. Een heel sterke vrouw dus!

Cornelia Worms
Ze was minnemoeder in het Amsterdamse Aalmoezeniersweeshuis.